Gepubliceerd in De Wete, tijdschrift van de Heemkundige Kring Walcheren, 31e jaargang nummer 3 (juli 2002).
Overgenomen met toestemming van de redactie.
Boerderij om naar te vluchten
Geschiedenis van de hofstede Vlugtenburg te Oost-Souburg
De boerderij Vlugtenburg staat aan de Schroeweg in Oost-Souburg. Rijdend over Rijksweg A58 van Vlissingen naar Middelburg zie je aan de linkerkant, na de toren- flats van Oost-Souburg. de boerderij liggen.
Vlugtenburg, eens een hofstede die bestond uit een herenhuis, een tuinmanswoning en een boerderij die verpacht werd, heeft in de loop der tijden nogal wat veranderingen ondergaan. Als een van de deelnemers van het Walcherse boerderijenonderzoek heb ik zes jaar lang gewerkt aan het onderzoek naar de geschiedenis van Vlugtenburg. Het resultaat is opgeborgen in een dikke ordner. Dit artikel is een zeer beknopte samenvatting van de vele onderzoeksgegevens, maar het geeft de lezer van De Wete een goed beeld van de geschiedenis van een mooie Walcherse boerderij.
Vlucht uit de stad
Naar de betekenis van de naam Vlugtenburg kunnen we alleen maar gissen. De naam komen we voor het eerst tegen op een kaart van Hattinga van omstreeks 1750. Op dat moment is juffrouw Du Pon de eigenaresse. Zij kon het zich permitteren om in de zomer de stad Vlissingen te ontvluchten, in een mooi herenhuis op het platteland te vertoeven en zo te genieten van de tuinen, visvijvers en bossen. Een huis waar je naartoe kan vluchten.
Misschien is de naam daarvan afgeleid. De naam van de hofstede wordt ook wel geschreven als Vluchtenburg. maar wanneer men dat is gaan doen is niet precies bekend. In de stukken van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog wordt de naam nog met een g geschreven. Waarschijnlijk is hij veranderd bij het schild eren van de hofpalen. De schilder heeft de naam er met ‘Ch’ opgeschilderd. Met het groter worden van de landbouwmachines zijn de hofhekken en palen echter in de jaren zestig van de vorige eeuw verdwenen.
Van de voormalige buitenplaats is trouwens veel meer verdwenen. Toch ademt de boerderij een sfeer uit van vroeger. De tijd heeft er een klein beetje stilgestaan. Op dit moment wonen er twee broers, Izaak en Wim Ovaa. Dit jaar is de boerderij honderd jaar in de familie. Er is geen opvolger voor het bedrijf. Veel landbouwgrond gaat de laatste jaren verloren door aanleg van industrieterreinen en door recreatie, stads- en dorpsuitbreidingen. Algemeen bekend is dat in Vlissingen veel stadswijken namen dragen van verdwenen buitenplaatsen en boerderijen. Het is niet ondenkbaar dat ook deze boerderij aan de rand van Oost-Souburg eens zal moeten wijken voor nieuwbouw. Op 13 maart j.l. stond er in De Faam-Vlissinger al een voorontwerp-bestemmingsplan Souburg-Noord.
De oudste gegevens
De eerste gegevens die ik heb gevonden over deze boerderij, dateren van 1625. In de overloper van de Zuidwatering, opgemaakt in dat jaar, staat een hofstede met boomgaard genoemd ter grootte van 3 gemet en 122 roeden (ruim 1.2 ha), gelegen in het Coppe Cornelis Jans blok. Eigenaresse is de weduwe van Nic. Pelletiers. Wanneer de hofstede werd gebouwd, is onbekend.
Voor de duidelijkheid: in een overloper staan alle grondeigenaren en pachters genoemd. Een dergelijk register werd door landmeters opgemaakt in opdracht van de Polder Walcheren, om zo na te kunnen gaan voor hoeveel de grondeigenaren moesten worden aangeslagen voor het dijkgeschot.
Zo’n vijfentwintig jaar later, als Adriaan Pelletier eigenaar is, wordt Matheeus van de Putte als pachter van het hof genoemd. De zoon van Adriaan, Nicolaas, laat bij zijn overlijden in 1690 de hofstede met grond na aan zijn vrouw Agatha Evers. Zij verkoopt in 1724 “de geheele Hofstede, met Heerenhuys, boerewooninge, schuyre, Stallinge, Backeete gevolge ende toebehooren vandien, met 55 gemeten en 82 roeden land”aan Paulus de back.
Terug naar boven
Openbare verkoop
Als Paulus tien jaar later overlijdt. laat hij een insolvente boedel na. Dat betekent dat er meer schulden dan baten zijn. Zijn dochter Josina doet vrijwillig afstand van de nalatenschap en de boedel wordt openbaar verkocht. Op het biljet waarop de openbare verkoop in herberg Groot Water- vliet te Vlissingen op 20 augustus 1734 wordt aangekondigd. heeft men het over “een schoone en welgelegene hofstede te koop binnen Vlissingen”. De woning had volgens de inventaris een keuken, een keld er, een gang, een kamer. een bovenkam er. de “kleersolder” en een “vliersolder”. In de keuken stond veel koper. Zo is er een “koperen doofpot”, zijn er “theeketels en koffykannen”. De “tafelborden, lepels en schotels” waren van tin. In de gang hingen “ses schilderien” en een “barmeter”. Verder waren er nog wat opvallende zaken zoals “vijfentwintig paar mouwen, twee parucken [pruiken], drie snaphaanen [geweren] en een aap in den hof”. Zou Paulus een aap meegenomen hebben uit Oost-Indië? Volgens het boek Levensberichten van Zeeuwen van F. Nagtglas was hij onderkoopman in Oost-Indië.
De hofstede wordt gekocht door Robbert van der Snippe, weduwnaar van Pauline Sensse. Hij is een aanzienlijk koopman en oud-schepen van de stad Vlissingen. Zijn enige dochter Catharina is getrouwd met de predikant Abraham du Pon.
Na het overlijden van Robbert in 1745 krijgt Steven de Waterman 25 gemeten land met twee hofsteden. Het overige deel gaat naar Abraham du Pon. In hetzelfde jaar gaat het gedeelte van Steven over naar A. du Pon. Deze sterft in 1747 onverwachts aan een longaandoening.
In 1754 is juffrouw Du Pon in het bezit van 67 gemeten en 1791/2 roeden land (ca. 27 ha) met twee hofsteden, die haar man haar heeft nagelaten. Op 21 februari 1767 wordt zij aangesteld as regentes van het weeshuis in Vlissingen.
Een van haar dochters, Geertruid Adriana, is getrouwd met Adriaan Kroef. Hij is reder, koopman, schepen en raad te Vlissingen. Na het overlijden van de weduwe Du Pon wordt Adriaan Kroef in 1790 eigenaar. Zijn vrouw overlijdt twee jaar later.
In de nacht van 22 op 23 augustus 1803 overlijdt Adriaan op Vlugtenburg. Marinus Tak koopt tijdens een openbare verkoop de buitenplaats en diverse landerijen. De familie Tak wordt door hun geloofsovertuiging (doopsgezind) buiten de regeringsambten gehouden. We vinden de familie in handel en nijverheid. Marinus is zeep- en zoutzieder en koopman in linnen en katoen. Zijn vrouw Elisabeth de Wind overlijdt in 1811. Marinus behoort in 1814 tot de ‘dertig gegoedste ingezetenen van Middelburg”. Na zijn overlijden in 1815 worden de vele bezittingen verdeeld over de acht kinderen. Dochter Anna krijgt onder meer Vlugtenburg, groot 70 gemeten en 1451/2 roeden.
Het geheel wordt geschat op een waarde van f 13.500.— . Anna is getrouwd met Jan Fak Brouwer. chocoladefabrikant en handelaar. In 1793, na het overlijden van zijn oom van moederszijde, Pieter Fak, heeft hij de naam aangenomen van Jan Fak Brouwer. Zijn ouders zijn doopsgezind en daarom wordt de familie, net als de familie Tak, buiten de regeringsambten gehouden. Anna overlijdt in 1822 en laat alles in vruchtgebruik na aan haar echtgenoot. Ze laat zes kinderen achter. Vlugtenburg is inmiddels 109 gemeten en 2281/2 roeden groot (ca. 44 ha).
Terug naar boven
Een boerenhuis
Een buitenplaats werd door de eigenaars meestal niet permanent bewoond. Zij diende vaak als zomerhuis. Men kocht ook agrarische hofsteden als belegging. De rijkdom van de eigenaars maakte het bezit van een buitenverblijf op het platteland, naast een huis in de stad, mogelijk.
Voor de meeste buitenplaatsen gold dat de beslotenheid een belangrijke rol speelde. Bij Vlugtenburg stonden aan de kant van de Schroeweg veel bomen en boomgaard en. Deze gaven beschutting tegen storm en zeewind.
Jan Fak Brouwer laat in 1829 het boeren- huis bouwen dat nu nog de woning van de huidige boerderij aan de Schroeweg is. Boven de voordeur is een steentje met de tekst “M.F Brouwer 1829” ingemetseld. Het huis heeft een schilddak met vier zolderramen. Beneden aan de voor- en achterkant bevinden zich twee ramen. de deur en weer twee ramen. Voor de deur ligt een stoep en boven de deur zit een bovenlicht. Daarnaast zijn er nog een bakkeet en een kelderhuis. Overal in het huis zijn bedsted en, zelfs op zolder. Door het achterraam keek men in die tijd op het herenhuis, dat op een eilandje, midden in de gracht, stond. Een stenen brug gaf toegang tot het eilandje. De schuur stond op een afstand van 22 meter van de woning. Een tweede schuur stond tegen het koets- of wagen- huis. Naast het herenhuis en de boerenwoning was er nog een tuinmanswoning. De oude boerenwoning werd afgebroken. Jan Fak Brouwer overlijdt in 1839 op zijn buitenplaats Vlugtenburg, na een langdurige ziekte. We kunnen vaststellen dat tussen 1822 en 1839. door erfenissen en zijn ondernemingsgeest. zijn vermogen en zijn bezit aanzienlijk zijn gegroeid. In het archief van de familie Fak Brouwer is onder andere een taxatie van alle bezittingen aanwezig. De waarde van Vlugtenburg en bijbehorende percelen grond wordt geschat op f 4O.OOO-. Ook de hofstede Ter Linde (Ritthem) en de hofstede Schooneveld (naast Vlugtenburg) waren van Jan Fak Brouwer. Uit deze taxatie kunnen we goed opmaken waaruit de hofstede bestond. Naast het herenhuis, het boerenhuis en het koetshuis waren er een tuinmanswoning en twee koepels.
Inrichting
Er is een Tauxatie der Meubilaire Goederen van het hof Vlugtenburg overgebleven uit 1839. Als we de indeling van het herenhuis bekijken, zien we eerst een nieuwe kamer (uitbreiding of verbouwing). Dan volgt de woonkamer. Deze is vrij groot; er staan wel 27 stoelen. Een wijntje ging er wel in, gezien het grote aantal wijnglazen in de kasten. In de grote voorkamer staat een piano. Hier is ook een open haard. want er staat een haardstel met blaasbalg en veger. Men vermaakte zich niet alleen met muziek; er is ook een schaakbord aanwezig en op de zolder vinden we een biljart met toebehoren. Ook een barometer (in de kleine slaapkamer beneden), een telescoop n tafel en ramen voor een zonnemicroscoop (op zolder) bevinden zich in het huis. Men was dus breed geïnteresseerd
De nalatenschap wordt verdeeld over de zes kinderen. Twee dochters erven ieder de helft van Vlugtenburg. Ze krijgen ook ieder de helft van het ernaast gelegen hof Schooneveld.
Dochters
Deze dochters. Maria en Suzanna, zijn getrouwd met twee broers, Jan en Christiaan Hisser. De broers zijn kinderen van Christiaan Hisser (oud-burgemeester van Axel) en Johanna Brouwer (zus van Jan Fak Brouwer). Door de kinderen met elkaar te laten trouwen, blijven de bezitting en bij elkaar en in de familie.
Na het overlijden van Jan Hisser in 1853 zien we in de inventaris dat Vlugtenburg nog steeds voor de helft van Maria is.
Zelf woont ze met haar twee dochters Anna en Johanna Elisabeth in de Lange Noordstraat te Middelburg. Anna is bij het overlijden van haar moeder in1865 de enige erfgenaam omdat haar zuster al eerder is overleden. Zij erft de helft van Vlugtenburg en heeft dan het gezamenlijke eigendom met Suzanna, haar tante.
AIs Suzanna een jaar later overlijdt, lezen we in de Memorie van Successi dat haar man Christiaan op Vlugtenburg woont. Hij en zijn dochter (echtgenote van de advocaat mr Jacob van de Graft). zijn erfgenamen van de nalatenschap. Van de Graft overlijdt in 1871 aan “eene uitteerende ziekte”. Zijn huwelijk met Johanna was kinderloos.
Er wordt een nieuwe schuur gebouwd. Deze staat haaks tegen het koetshuis en heeft een gemetseld wit steentje in de muur met daarop de tekst “Wed.v.d.Graft 1872”. Op de kadasterkaart van 1832 zien we dat hier eerst een klein gebouwtje stond.
In 1874 trouwt de weduwe Johan na met Julius Hendrik de Fremery, onder meer oud-officier in Oost-Indië. Een jaar later overlijdt Christiaan Hisser, en Johanna is zijn enige erfgenaam. Er staat nergens meer dat Vlugtenburg of Schooneveld in gemeenschappelijk bezit is met Anna Hisser. Heeft Christiaan haar uitgekocht of is ze overleden?
Na de dood van haar man in 1883 vertrekt Johanna naar Den Haag, waar zij in 1920 op 88-jarige leeftijd overlijdt. Het herenhuis
wordt nog een tijdje bewoond door Jan Wisse en zijn vrouw Elisabeth de Muynck. Waarschijnlijk is hij na het overlijden van J.H. de Fremery aangesteld als tuinman en verzorger.
Terug naar boven
Afbraak van het herenhuis
Veertien jaar na het vertrek van Johanna Hisser naar Den Haag is er op 1 decemb er 1898 een openbare verkoping. Het eerste perceel bestaat uit een huis (de tuinmanswoning), ert met boomgaard en manteling. Voor het bedrag van f 6.550,— wordt Freek Wisse eigenaar van de eerste vier percelen. Op de grond laat hij een nieuwe boerderij bouwen.
Het herenhuis wordt enkele maanden later, op 19 april 1899, in het openbaar voor afbraak verkocht. Christiaan Hoornick biedt
er f 665,— voor en hij krijgt tot en met 1 december de tijd om het huis tot een diepte van minstens een halve meter onder het maaiveld af te breken. Of de boerderij die Freek Wisse laat bouwen, dan al klaar is weet ik niet. Hiermee is wel een einde gekomen aan wat eens herinnerde aan de mooie buitenplaats Vlugtenburg, waarnaar juffrouw Du Pon toe kon gaan om de stad te ontvluchten.
De brug naar het eilandje wordt in 1912 afgebroken. De stenen worden gebikt en gebruikt voor het koetshuis: de achtergevel en een zijmuur van dit gebouw moeten nodig vervangen worden. Boven op het dak van het koetshuis staat nog een ornamentje dat afkomstig is van het bruggetje.
De pachters
De pachters van de hofstede Vlugtenburg
wonen in het boerenhuis dat eigenaar Jan
Fak Brouwer in 1829 heeft laten bouwen.
Adriaan Kodde pachtte de hofstede van
gulden per jaar aan pacht. Pieter de Buck woont vanaf 1869 in het boerenhuis met zijn vrouw Adriana Theune en hun twee kinderen.
Hierna pacht Jacobus de Visser uit Aagtekerke de hofstede in 1882. Jacobus, door zijn familie Kobus genoemd, heeft tien kinderen: zeven uit zijn eerste huwelijk met Adriana Maljaars en drie uit zijn tweede huwelijk met Anna Bosselaar (Antje). Op Vlugtenburg worden nog elf kinderen geboren.
Op 51-jarige leeftijd besluit Pieter de Buck alles op de boerderij te verkopen. In de krant staat dat de verkoping op 26 april 1882 zal plaatshebben. Alles op de boerderij. vee, wagens, gereedschappen, arrenslede, ladders enzovoorts, wordt verkocht.
Verder nog wat meubelen. In totaal zijn er die dag 417 artikelen openbaar te verkopen. De mensen komen van heel Walcheren naar de boerderij. In het proces-verbaal van de openbare verkoping staan ongeveer 150 verschillende namen. Het zal die dag gezellig druk zijn geweest op Vlugtenburg, Om negen uur begint de verkoping in aanwezigheid van notaris Anthonie Martinus Tak en notarisklerk Gerthard Johan Nijland. Behalve een heleboel kleine zaken als zeilen, manden en gewichten, staan de ploegen. de eggen en de menwagens netjes uitgestald. De voorwerpen wisselen in rap tempo van eigenaar. Zelfs J.H. de Fremery koopt een zeis voor f 1.20. 's Middags verkoopt men het vee. Bij de schuur staat een wagen met daarop de notaris, de klerk en de afslager. Men brengt een koe bij de wagen. De afslager leest eerst de levensgeschiedenis van Bontje. Klara 3 of Berta voor: hoe oud het beest is, hoeveel kalfjes het heeft gehad, of ze misschien in blijde verwachting is. Dan begint het bieden. Niemand meer dan honderdachtennegentig gulden? Niemand? Honderdachtennegentig gulden voor R. Barendse senior te Ritthem.’ Zijn naam wordt genoteerd. De paarden worden voorgereden zodat iedereen de dier en goed kan zien. W. Sohier uit Vlissingen
koopt de “hond met kot” voor f 0,20. Een zekere J. de Visser uit Aagtekerke koopt een koperen ketel voor f 0,90. Zou dit Jacobus de Visser, de toekomstige pachter zijn?
Na nog wat meubilair en kleine spulletjes is de koopdag voorbij. Het hof stroomt leeg. De opbrengst is niet slecht, er is voor f 6.567,95 verkocht. Pieter kan gaan rentenieren.
Overdracht
Op 28 juli 1902 wordt in opdracht van Johanna Hisser de hofstede Vlugtenburg met bouw- en weilanden in het koffiehuis De Zwaan te Oost-Souburg openbaar verkocht.
Het eerste perceel dat wordt aangeboden bestaat uit een woonhuis. twee schuren. wagenhuizen, varkenshokken en verdere timmer, erf, moesland, boomgaard, weiland, water en dreef, groot vier hectaren, twintig aren en achtenzestig centiaren.
Izaak Lijnse koopt de boerderij met bijbeh orende landerijen voor f 9.003.—. Als hij met zijn gezin op Vlugtenburg gaat wonen, worden er enkele veranderingen aangebracht. De schuur wordt afgebroken evenals, zoals eerder beschreven, het bruggetje naar het eilandje waar het herenhuis heeft gestaan.
In 1917 overlijdt Sien de Visser, de vrouw van Izaak Lijnse, in het kraambed. Izaak blijft achter met drie kinderen. Hij trouwt in 1923 met Catharina Roose en koopt een huisje aan het Oranjeplein te Souburg. Hij verpacht de boerderij aan Adriaan Ovaa die met zijn oudste dochter Saar is getrouwd. Adriaan en Saar krijgen tussen 1923 en 1938 zes kinderen.
Terug naar boven
Oorlog en water
De Tweede Wereldoorlog breekt uit. In 1943 vallen er bommen dicht bij de boerderij. Er is glasschade en er zijn veel bomkraters in het land. Na 3 oktober 1944 komt Walcheren als gevolg van de geallieerde bombardementen op de dijken gedeeltelijk onder water te staan. Het gevaar van het water komt wel erg dichtbij als op 7 oktober de zeedijk bij fort Rammekens wordt gebombardeerd. De koeien worden naar de Kanaaldijk van Souburg gebracht en vandaar langs het kanaal naar
Kleverskerke geleid, waar familie woont. Als de boerderij omringd is door water. vlucht het gezin Ovaa naar de boerderij Triton in West-Souburg. De meeste meubels worden opgeslagen op de galerij van de hervormde kerk in Oost-Souburg. Na een dag of tien vertrekt men door de Vrijburgstraat naar Kleverskerke: het regent. het hagelt en overal slaan granaten in. Nadat de hevige beschietingen zijn
gestopt, proberen ze 25 oktober terug te gaan naar Vlugtenburg. Ze komen niet verder dan Middelburg. De wegen liggen onder water. Het jaagpad langs het kanaal is wel droog, maar daar liggen mijnen. Ze blijven één nacht bij de familie De Bruin in de Teerpakhuizenstraat. De volgende nacht verblijven ze bij de familie Van de Meer aan de Rouaansekaai. Het huis van
De Bruin wordt diezelfde nacht beschoten met granaten.
Als de oorlog voorbij is en het water verdwenen, gaan de Ovaa’s op 13 maart 1946 terug naar Oost-Souburg. Voorlopig wonen ze in de Burchtstraat. Vlugtenburg moet eerst hersteld worden. Door het water zijn de kozijnen uit de voorgevel weggeslagen. De muur vertoont scheuren. De binnenbetimmering is vernield en de zolder is verzakt. Ook de woning van Jan Wisse (de zoon van Freek) heeft veel schade. Alle kozijnen en de voorgevel zijn weggeslagen. De inhoud van de schuur is weggespoeld en ligt tweehonderd meter verderop. Alleen de zijmuren staan nog overeind en het dak hangt ertussen.
Alweer verdwijnt er een stukje Vlugtenburg. Na de afbraak van het herenhuis zijn nu de tuinmanswoning en de boerderij door het water vernietigd.
Nieuwe tijd
Saar overlijdt op 1 juni 1947 na een langdurige ziekte. Arjaan en de kinderen kunnen twee maanden later terug naar Vlugtenburg. Alle bomen en struiken zijn dood door het zoute water. Deze worden eerst gerooid. Aan het einde van het jaar wordt er weer een hectare boomgaard ingeplant. In 1952 trouwt Arjaan met Maria Hollebrandse en drie jaar later koopt hij de boerderij van Izaak Lijnse. In 1960 gaan Arjaan en Maria in de Middelburgsestraat in Oost-Souburg wonen. De drie zoons Izaak, Willem en Piet blijven op de boerderij. De jongste dochter Jeanne woont nog op de boerderij tot haar huwelijk in 1963. Piet trouwt in 1965 en gaat ook in de Middelburgsestraat wonen.
De vijvers rondom het eiland worden in 1962 door de Heidemaatschappij opgevuld
met grond afkomstig van een perceel aan de andere kant van de Schroeweg.
Er wordt in 1963 een melkmachine
gekocht. Als in 1977 bij de fabriek geen bussen melk meer mogen worden aangeleverd, komt er een melkleiding in de schuur. De melk wordt verzameld in een tank en gekoeld, waarna ze twee á drie keer per week wordt opgehaald.
Na de aanleg van Rijksweg A58 in 1965-1966 komt een deel van het land aan de andere kant van de snelweg te liggen. Aanvankelijk kan deze weg nog gelijkvloers worden overgestoken, maar met de toename van het verkeer wordt dit te gevaarlijk. Als het viaduct in het verlengde van de Bosschaartweg klaar is, moet er een stuk omgereden worden om op het land te komen.
Om het land sneller en makkelijker te bewerken, wordt er in 1972 een tractor gekocht. Hiervoor wordt achter het huis een nieuwe loods gezet. Op dit moment is er nog één paard, de in 1996 geboren merrie Linda van Vluchtenburg. Twee jaar later wordt ze in de Zeelandhallen te Goes kampioen bij de jaarlijkse najaarskeuring voor trekpaarden.
Arjaan Ovaa overlijdt in 1995. Het eigendom van Vlugtenburg gaat over op de erven Ovaa.
Antoinet de Wijze
Het voor het omderzoek van de geschiedenis van de hofstede Vlugtenburg verzamelde materiaal is gedocumenteerd en opgenomen in de Documentatieverzameling Walchers boerderijenonderzoek. Deze verzameling is te raadplegen bij het Zeeuws Archief te Middelburg
Bovenstaand artikel werd geschreven in 2002, als aanvulling kan nog vermeld worden dat vandaag de dag (augustus 2008) alleen Willem Ovaa nog op de hofstede woont. Broer Izaäk is 1 juni 2007 overleden op 82 jarige leeftijd.
Op 20 december 2010 is Willem Ovaa op 84 jarige leeftijd verhuisd naar de Burg. Stemerdinglaan. De staat van de woning verslechterde dermate dat langer blijven wonen op de Hofstede niet verantwoord was.
Foto´s Chris Verkaart 12 januari 2011
In het bestemmingsplan Souburg-Noord d.d. oktober 2002 lezen we het volgende:
De bestaande bebouwing in het nieuwe woongebied is, voor zover bekend, nauwelijks van bijzondere cultuurhistorische waarde met uitzondering van Schroeweg nummer 2, die buiten de bebouwingsgrens van de nieuwe uitbreiding ligt. Weliswaar komt deze boerderij niet voor op de MIP- en MSP-lijst*, maar het markante woonhuis en de schuur vormen een waardevolle verwijzing naar de historie van de locatie.
* MIP = Monumenten Inventarisatie Project - MSP = Monumenten Selectie Project
In 1e Planuitwerking Souburg-Noord d.d.19 december 2006 lezen we het volgende:
Voor de hofstede vormt de bestaande boerderij Vluchtenburg aanleiding om een bijzonder element in de
overgang van stedelijk naar landelijk gebied te creëren.
Terug naar boven
